Het decreet basismobiliteit
schrijft voor dat iedereen die in een woongebied in Vlaanderen woont, recht
heeft op een gegarandeerd aanbod openbaar vervoer. Dit houdt in dat er moet
voldaan worden aan bepaalde normen inzake de maximumafstand tot de
dichtstbijzijnde halte, het aantal ritten per uur en de maximale wachttijd. Uit
cijfers die Vlaams Parlementslid Jurgen Vanlerberghe (sp.a) opvroeg bij De Lijn
blijkt dat heel wat Westhoekbewoners geen beroep kunnen doen op een aanbod
openbaar vervoer dat aan de wettelijk bepaalde basismobiliteitsnormen voldoet,
ook al wonen die mensen in woonkernen. Veel kwetsbare plattelandsbewoners
leven met het huidige aanbod al vaak in isolement, een nieuwe
besparingsronde of een verschuiving van middelen naar de steden knipt de band
van die mensen met de samenleving volledig door. Bij een nieuwe besparing zal
De Lijn zijn sociale functie op het platteland volledig verliezen. Langs deze
weg willen we een duidelijk signaal geven aan de directie van De Lijn voor het
behoud van de basismobiliteit op het platteland.
Jurgen Vanlerberghe, Poperinge
Ann Vanheste, De Panne
Patrick Lansens, Koekelare
Rosaline Mouton, Koksijde
Gunter Pertry, Ieper
Philip Bolle, Ieper
Franky Bryon, Zonnebeke
Maxim Vermeere, Zonnebeke
Bert Doise, Heuvelland
Kurt Vanlerberghe, Diksmuide
Johan Albrecht, Alveringem
Jean-Marie Callewaert, Langemark-Poelkapelle
Onze Westhoek zit soms al genoeg in een isolement, het is zo belangrijk dat mensen het openbaar vervoer kunnen nemen voor sociale contacten,...en hoe meer en beter openbaar vervoer, hoe minder de kans dat mensen een (tweede) auto gaan aankopen.